HR 10 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1749
Beklag, anderbeslag ex art. 94a.4 en 94a.5 Sv op 4 vorderingen van klaagster (besloten vennootschap) op Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen bestuurder van klaagster t.z.v. verdenking van verkeerd labelen van (paarden)vlees. Herstructurering bedrijfsstructuur, overheveling vermogensbestanddelen en vereenzelviging rechtspersoon en bestuurder. Voldaan aan in art. 94a.4 Sv gestelde eis van kennelijk doel uitwinning van voorwerpen te bemoeilijken of te verhinderen? Uit vaststellingen Rb kan volgen dat, indien herstructurering niet had plaatsgevonden, werkzaamheden voor NVWA zouden zijn verricht door oorspronkelijke vennootschap, in welk geval vorderingen op NVWA tot vermogen van deze vennootschap hadden behoord. Daarmee staat (anders dan kennelijk door Rb is geoordeeld) echter niet vast dat dan integrale toekomstige opbrengsten van normale bedrijfsuitoefening van nieuwe werk-B.V. onder vennootschap in beslag hadden kunnen worden genomen en worden uitgewonnen ter voldoening van aan bestuurder van klaagster op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. HR neemt daarbij in aanmerking dat vermogensbestanddelen van rechtspersoon niet op enkele grond dat natuurlijke persoon als bestuurder en/of aandeelhouder zeggenschap heeft over gang van zaken binnen die rechtspersoon, kunnen worden beslagen ten laste van die natuurlijke persoon (vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZD0345). Oordeel Rb dat voldoende aanwijzingen bestaan dat toekomen van vorderingen op NVWA aan klaagster (mede) tot doel heeft gehad uitwinning ter voldoening van een aan bestuurder op te leggen betalingsverplichting ter ontneming van w.v.v. te bemoeilijken of te verhinderen, is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en verwijzing naar hof. CAG: anders. Vervolg op ECLI:NL:HR:2019:244 en ECLI:NL:HR:2016:580.
De uitspraak op rechtspraak.nl