HR 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:490
Verlofverlening Rb aan R-C a.b.i. art. 552p.2 Sv n.a.v. verzoek om rechtshulp van Belgische justitiële autoriteiten m.b.t. verrichten van huiszoekingen op verschillende adressen, waarna bewoners gezamenlijk klaagschrift ex art. 552a Sv hebben ingediend m.b.t. inbeslaggenomen geldbedrag. Rb heeft splitsing gemaakt naar adres en grondslag (beschikking ex art. 552a en beschikking ex art. 552p Sv) en 1 bewoner als klaagster aangemerkt en overige bewoners als belanghebbenden. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep belanghebbenden? 2. Is inbeslaggenomen geldbedrag stuk van overtuiging a.b.i. art. 552p.2 Sv en verzet belang van strafvordering zich tegen teruggave van dat geldbedrag? Ad 1. Volgens art. 445 Sv staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in gevallen in dat wetboek bepaald. Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen beschikking tot verlenen van verlof a.b.i. art. 552p Sv beroep in cassatie openstaat voor anderen dan OM en klager, kunnen bewoners A, B, C, D en E, die door Rb uitsluitend als belanghebbenden en niet als klagers zijn aangemerkt, in ingesteld beroep niet worden ontvangen (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AZ1670). Bewoner F (klaagster) kan wel in haar cassatieberoep worden ontvangen. Ad 2. In aanmerking genomen dat Rb heeft vastgesteld dat rechtshulpverzoek inhoudt dat, gelet op informatie uit afgeluisterde telefoongesprekken, op adres van inbeslagname o.m. geld wordt bewaard t.b.v. A en E en dat rechtshulpverzoek zich uitstrekt tot eventueel aanwezig zijnde grote sommen contant geld (van meer dan € 1000,-) waarbij die aanwezigheid van belang is voor het verdere strafrechtelijke onderzoek in België betreffende teelt en aan- en verkoop van cannabis, zijn oordelen Rb dat geldbedrag stuk van overtuiging is en dat beslag kan dienen om waarheid aan het licht te brengen niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 17/01670 B, 17/01674 B, 17/01678 B, 17/01679 B, en 17/01715 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl