HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1410
Bezwaarschrift tegen dagvaarding t.z.v. verdenking van valselijk opmaken en gebruik maken van brief m.b.t. arbeids- en rusttijden van buitenlandse werknemers bij aanleg tunnel (art. 225.1 Sr), art. 262 Sv. Behandeling van bezwaarschrift tegen dagvaarding en beschikking op dit bezwaar in strijd met art. 22.1 jo. 24.1 Sv in openbaar plaatsgevonden en uitgesproken? Uit totstandkomingsgeschiedenis bij art. 121 Gw blijkt dat voorschrift dat uitspraak in openbaar geschiedt niet van toepassing is op beschikkingen. Behandeling van bezwaarschrift tegen dagvaarding door raadkamer vindt ex art. 22.1 jo. 262 Sv niet in openbaar plaats. Mede gelet op art. 24.1 Sv, dat bepaalt dat beschikking in openbaar wordt uitgesproken indien openbare behandeling door raadkamer is voorgeschreven, geldt als uitgangspunt dat beschikking op een bezwaarschrift waarvan niet-openbare behandeling door raadkamer is voorgeschreven, niet in openbaar wordt uitgesproken. Uit wetsgeschiedenis volgt dat ook daarin tot uitgangspunt is genomen dat vraag naar openbaarheid van raadkamerprocedure voor zowel behandeling van bezwaarschrift als uitspreken van beschikking daarop gelijk wordt beantwoord. P-v van behandeling van bezwaarschrift door raadkamer in h.b. houdt niet in dat behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden. Verder vermeldt beschikking dat deze is “uitgesproken ter openbare zitting”. Mede gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat ook behandeling van bezwaarschrift in openbaar heeft plaatsgevonden. Middel klaagt dus terecht over openbaarheid van zowel behandeling van bezwaarschrift als uitspreken van beschikking daarop. Dat behoeft evenwel in procedure als i.c., m.b.t. bezwaarschrift tegen dagvaarding en waarvan uitkomst is dat bezwaar ongegrond is, niet tot cassatie te leiden. HR neemt daarbij in aanmerking dat uitspraak meebrengt dat met dagvaarding ingeleide strafzaak in openbaar kan worden voorgezet, alsmede dat noch uit p-v van behandeling van bezwaarschrift in h.b. - dat niet inhoudt dat aldaar aanwezige raadsvrouwe bezwaar heeft gemaakt tegen openbaarheid van behandeling - noch uit namens verdachte in cassatie ingediende schriftuur is gebleken in welk concreet, door nieuwe behandeling in h.b. te herstellen of te bevorderen belang verdachte door niet-naleving van deze voorschriften is getroffen. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat verdachte geen belang heeft bij vernietiging van bestreden beschikking en nieuwe, niet-openbare behandeling van en beslissing op bezwaarschrift door raadkamer. HR ziet gelet op vooropgestelde geen aanleiding om beschikking, houdende verwerping van cassatieberoep tegen ongegrondverklaring van bezwaarschrift tegen dagvaarding a.b.i. art. 262 Sv, niet in openbaar uit te spreken. Rechtseenheid en rechtsontwikkeling zijn bij die openbaarheid gebaat. Ook hiervoor weergegeven ratio van in art. 262 Sv bedoelde bezwaarschriftprocedure - waarmee o.m. is beoogd verdachte te behoeden voor “het moreel en materieel nadeel” dat gelegen kan zijn in te lichtvaardige vervolging in openbaarheid - staat aan openbaarheid van deze uitspraak van HR niet in de weg. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 17/05974 B en 17/05983 B.
De uitspraak op rechtspraak.nl