HR 2 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1062
Verduistering van grote geldbedragen door executeur testamentair van nalatenschap, art. 321 jo 323 Sr. 1. Verzoek tot terugwijzing zaak naar Rb i.v.m. onbevoegdheid rechter-plaatsvervanger in e.a., nu deze is benoemd tot gerechtsauditeur en stond ingeschreven als advocaat. 2. Vordering b.p. Toewijzing vordering schadevergoeding aan en oplegging schadevergoedingsmaatregel t.b.v. één persoon terwijl sprake is van een gemeenschap van erfgenamen. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat benoeming van rechter tot gerechtsauditeur bij KB niet diens ontslag als rechter-plaatsvervanger impliceerde, is niet onbegrijpelijk. Opvatting dat de omstandigheid dat rechter t.t.v. de berechting in e.a. door zijn inschrijving op het tableau van advocaten een met zijn rechterlijk ambt (absoluut) onverenigbare nevenbetrekking vervulde en dat dit tot gevolg heeft dat daardoor aan de samenstelling van Rb een gebrek kleefde dat tot vernietiging van de uitspraak en terugwijzing van de zaak naar Rb diende te leiden, vindt geen steun in het recht, i.h.b. niet in art. 44 Wrra. Ad 2. Hof heeft vordering b.p. A toegewezen en tevens t.b.v. haar een schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr opgelegd aan verdachte. Hierbij heeft Hof klaarblijkelijk tot uitgangspunt genomen de vaststelling dat de schade waarvan in de strafzaak vergoeding is gevorderd niet is geleden enkel door A, maar is geleden door de gezamenlijke erfgenamen. Gelet op hetgeen namens verdachte is aangevoerd moet ook de verdediging, die op dit punt geen verweer heeft gevoerd, zich ervan bewust zijn geweest dat b.p. A niet louter voor zichzelf procedeerde. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat b.p. A in haar hoedanigheid van deelgenoot in de gemeenschap gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot het instellen van één gezamenlijke rechtsvordering t.b.v. de gezamenlijke erfgenamen als de benadeelde gemeenschap. Kennelijk bij vergissing heeft Hof bij de toewijzing van vordering b.p. en oplegging van schadevergoedingsmaatregel het vorenstaande niet in acht genomen. HR verstaat dat b.p. vordering tot schadevergoeding heeft ingesteld namens gezamenlijke erfgenamen en dat schadevergoedingsmaatregel is opgelegd ten behoeve van gezamenlijke erfgenamen.
De uitspraak op rechtspraak.nl