HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:667
Belaging, art. 285b Sr. 1. Tijdig ingediende klacht o.g.v. art. 66.1 Sr? 2. Proeftijd naleving algemene voorwaarden, artt. 14b.2 (oud) en 14c.1 (oud) Sr. 3. Toelaatbaarheid bijzondere voorwaarde (contactverbod), v.zv. inhoudende “zakelijke relaties van evengenoemde personen en/of evengenoemd bedrijf”, art. 14c (oud) Sr. Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat de aangevers t.t.v. het doen van aangifte op 1 juli 2014 respectievelijk 11 juli 2014 de overtuiging hebben uitgesproken dat de belaging tot op de datum van het doen van aangifte voortduurde en dat niet is gebleken van f&o waaruit zou moeten blijken dat aangevers in hun aangifte bewust en in strijd met de waarheid een onjuiste einddatum van de belaging hebben vermeld. ’s Hofs op die vaststellingen gebaseerde oordeel dat tijdig een klacht is ingediend getuigt, mede gelet op de aard van het onderhavige delict, niet van een onjuiste rechtsopvatting m.b.t. art. 66.1 Sr en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld wat betreft de naleving van de algemene voorwaarden nu deze – gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b.2 (oud) Sr jo. art. 14c.1 (oud), Sr – ten hoogste twee jaren kon bedragen. De HR herstelt deze misslag, bepaalt de proeftijd op twee jaren en merkt op dat niet wordt geklaagd over de proeftijd t.a.v. de bijzondere voorwaarden. Ad 3. Het Hof heeft zijn beslissing gegrond op o.m. art. 14c Sr, zoals dit luidde t.t.v. het bewezen verklaarde. Als bijzondere voorwaarden a.b.i. art. 14c Sr (oud) die het gedrag van de veroordeelde betreffen kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van de veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht (vgl. ECLI:NL:HR:1968:AB6079). De door het Hof gestelde bijzondere voorwaarde dat "het veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met A en/of B en/of C BV c.q. diens mogelijke rechtsopvolger(s), alsmede met zakelijke relaties van evengenoemde personen en/of evengenoemd bedrijf" is in strijd met genoemde bepaling v.zv. deze betrekking heeft op "zakelijke relaties van evengenoemde personen en/of evengenoemd bedrijf", omdat in zoverre in deze voorwaarde niet een voldoende precies gedragsvoorschrift is geformuleerd. De HR vernietigt de bijzondere voorwaarde v.zv. deze betrekking heeft op “zakelijke relaties van” A, B, en C BV.
De uitspraak op rechtspraak.nl