HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2357

Poging zware mishandeling door tijdens politieachtervolging, rijdend met zeer hoge snelheid, meermalen onverwachts te remmen terwijl politievoertuig kort achter verdachte reed en meermalen politievoertuig af te snijden, art. 302.1 Sr. Toewijzing vordering tul in h.b. wegens overtreding algemene voorwaarde, terwijl niet blijkt dat veroordeelde in e.a. is opgeroepen onder betekening van vordering tul ex art. 14h.3 Sr. Is vordering tul in h.b. aan de orde, nu Rb niet aan (inhoudelijke) behandeling vordering is toegekomen? Art. 361a Sv vermeldt beslissingen waartoe rechter kan komen m.b.t. daar genoemde vorderingen van OM. Daarnaast voorziet wet in nietigverklaring van (betekening) oproeping voor behandeling van vordering als onderhavige. Ex art. 14h.3 Sr behoort OM veroordeelde immers op te roepen tot bijwoning van onderzoek van zaak, onder betekening van vordering tul of van conclusie aan veroordeelde, welke betekening moet geschieden met inachtneming van art. 586 e.v. Sv. Niet-nakoming van die bepalingen kan ex art. 590 Sv leiden tot nietigheid van betekening van vordering (vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZD0123). Zo’n nietigverklaring moet worden aangemerkt als beslissing i.d.z.v. art. 14j.1 Sr. Daarom was ook onderhavige vordering aan de orde bij behandeling van zaak in h.b. Dat Rb a.g.v. nietigheid van oproeping niet aan inhoudelijke behandeling van vordering is toegekomen - wat ook het geval zou zijn geweest bij in art. 361a Sv genoemde beslissingen tot onbevoegdheid van Rb of niet-ontvankelijkheid van OvJ - maakt dit niet anders. Dat geldt ook voor omstandigheid dat AG bij behandeling van zaak ttz. van Hof geen tul van eerdere straf heeft gevorderd. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen