HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2331
Leider criminele organisatie, art. 140.3 Sr. Veroordeling t.z.v. (i) feitelijke leiding geven aan door A B.V. (medeplegen van) gewoonte maken van mensensmokkel (art. 197a.2 en 197a.4 Sr), opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting (art. 69.2 AWR) en gewoontewitwassen (art. 420bis.1.b en 420ter Sr), meermalen gepleegd, (ii) vuurwapen- en munitiebezit (art. 26.1 WWM) en (iii) als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 en 140.3 Sr). Hof heeft geoordeeld dat verdachte leider was van een criminele organisatie die hij vormde met zijn mededader B en A B.V. en die tot oogmerk had het plegen van mensensmokkel, belastingfraude en gewoontewitwassen. Hof heeft vastgesteld dat ook andere personen dan verdachte en B werkzaam waren t.b.v. A B.V. en dat verdachte en B samen leiding gaven aan deze personen, o.m. door hen opdrachten te geven. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat verdachte 'leider' was van de organisatie getuigt - mede in het licht van de in de CAG weergegeven wetsgeschiedenis - niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. De omstandigheid dat het Hof naast de verdachte ook B als 'leider' van de organisatie heeft aangemerkt - en dat in de bewezenverklaring geen andere natuurlijke personen als deelnemers aan die organisatie zijn genoemd - leidt niet tot een ander oordeel. Volgt verwerping. Samenhang met 17/01862.
De uitspraak op rechtspraak.nl