HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2092
Opzettelijk Beïnvloeden van getuige door vanuit penitentiaire inrichting te bellen met persoon die getuige was van eerdere bedreiging met mes waarvoor verdachte werd vervolgd, art. 285a.1 Sr. Niet beslist op uos dat geen sprake is geweest van ‘beïnvloeden’. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2908 m.b.t. strekking art. 285a.1 Sr en vereisten voor ‘beïnvloeden’. Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van ‘beïnvloeden’ a.b.i. art. 285a.1 Sr, is o.m. van belang de strekking van de in die delictsbepaling bedoelde uiting. Indien deze uiting slechts erop is gericht dat een persoon een verklaring zal afleggen, zonder dat daarbij - met name door bemoeienis met de inhoud van (wezenlijke onderdelen van) die verklaring - de verklaringsvrijheid van die persoon wordt aangetast, is geen sprake van ‘beïnvloeden’. Dat ligt anders indien de uiting ertoe strekt dat de af te leggen verklaring een bepaalde inhoud zal hebben, bijv. doordat een persoon wordt ontmoedigd een belastende verklaring af te leggen of wordt aangemoedigd een ontlastende verklaring af te leggen. Van ‘beïnvloeden’ kan daarbij ook sprake zijn indien de uiting ertoe strekt dat een persoon geen verklaring tegenover een rechter of een ambtenaar zal afleggen. In deze gevallen is immers telkens de vrijheid van de (potentiële) getuige in het geding om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen. Voor ‘beïnvloeden’ a.b.i. art. 285a.1 Sr hoeft niet vast te komen staan dat de uiting van verdachte ertoe strekte een persoon te bewegen een verklaring af te leggen die niet waarheidsgetrouw is. Art. 285a.1 Sr strekt immers ter waarborging van de vrijheid van personen om onbelemmerd naar waarheid of geweten t.o.v. rechter of ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen, waarbij het aan zo een persoon is te bepalen hoe de inhoud van zijn in overeenstemming met zijn eigen, mogelijke gebrekkige herinnering aan bepaalde gebeurtenissen af te leggen verklaring luidt, zonder bemoeienis van een ander met die inhoud. Hof is afgeweken van hetgeen door raadsman ttz. in h.b. naar voren is gebracht m.b.t. de omstandigheid dat geen sprake is geweest van het ‘beïnvloeden’ van een getuige a.b.i. art. 285a Sr. De redenen die daartoe hebben geleid, liggen besloten in de bewijsvoering van het Hof. Daaruit blijkt dat de mondelinge uitingen van verdachte zich niet beperkten tot het aandringen op het afleggen van een verklaring, maar ook sturende bemoeienis met de inhoud van die verklaring betroffen. Daarbij is van belang dat v.zv. verweer en middel steunen op de opvatting dat voor een bewezenverklaring van een op art. 285a Sr gestoelde tll. is vereist dat komt vast te staan dat de beïnvloeding van verdachte ertoe strekte de ander te bewegen een onware verklaring af te leggen, wordt uitgegaan van een eis die het recht niet stelt. Volgt verwerping. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl