HR 30 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7093
1. Belemmeren verklaringsvrijheid ex art. 285a Sr. Verdachte (notaris) heeft de boekhouder van zijn kantoor, X, die was uitgenodigd voor een verhoor door de FIOD gezegd; “Je zegt maar dat het gesprek (met de FIOD) niet doorgaat; anders neem ik maatregelen en krijg je ontslag”. In het licht van de totstandkomingsgeschiedenis van art. 285a (oud) Sr, inhoudende dat deze bepaling in het bijzonder strekt tot bescherming van de vrijheid van personen om onbelemmerd t.o.v. een rechter of ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen, heeft het hof het bewezenverklaarde terecht gekwalificeerd als het misdrijf van art. 285a (oud) Sr. De stelling dat voor die kwalificatie i.c. vastgesteld had moeten worden dat de beïnvloeding door verdachte betrekking had op de verklaring van X voorzover deze verklaring niet zou vallen onder diens geheimhoudingsplicht, ziet eraan voorbij dat het hof feitelijk heeft vastgesteld dat verdachte X op straffe van ontslag heeft verboden om enige verklaring af te leggen en dat verdachte aldus de vrijheid van X heeft beïnvloed om een verklaring af te leggen t.o.v. een ambtenaar a.b.i. art. 285a (oud) Sr. 2. Het hof heeft geoordeeld dat weliswaar voldoende grond bestond voor huiszoeking ter inbeslagneming bij de verdachte notaris, maar dat aan de uitvoering daarvan enkele gebreken hebben gekleefd. Die gebreken brachten, aldus het hof, echter niet mee dat v.w.b. de uiteindelijk inbeslaggenomen stukken, waaromtrent het hof nog een beslissing had te geven, gelet op de aard daarvan en doel en strekking van het verschoningsrecht, sprake is geweest van een inbreuk op dat recht van de verdachte. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Het hof heeft kennelijk uitsluitend o.g.v. de omstandigheid dat het belang van strafvordering zich niet langer tegen teruggave van de stukken verzette en niet omdat het verschoningsrecht van verdachte was geschonden de teruggave daarvan aan hem bevolen. Daaruit volgt tevens dat zich hier niet de situatie voordoet als in HR NJ 1989, 886.
De uitspraak op rechtspraak.nl