HR 20 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5961
Art. 285a (oud) Sr, betekenis bestanddeel “opzettelijk”. Art. 285a (oud) Sr strekt i.h.b. ertoe de vrijheid van personen te beschermen om onbelemmerd t.o.v. een rechter of een ambtenaar een verklaring te kunnen afleggen. Gelet op de plaats van het bestanddeel “opzettelijk” in de delictsomschrijving moet ervan worden uitgegaan dat voor strafbaarheid o.g.v. die bepaling is vereist dat het opzet van de verdachte mede gericht is op de in die bepaling genoemde beïnvloeding, welk opzet ook uit de gedraging en de omstandigheden waaronder die gedraging is verricht kan worden afgeleid. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte en diens medeverdachte degene die tegen hen aangifte van poging tot diefstal had gedaan en die als getuige t.t.z. zou worden gehoord, tot kort voor die tz. meermalen hebben benaderd, zowel bij hem op zijn werk, als bij hem thuis en telefonisch, om te praten over de door hem bij de politie afgelegde verklaring, hoewel de getuige te verstaan had gegeven tot een zodanig gesprek niet bereid te zijn. Hiervan uitgaande heeft het Hof zonder blijk te geven van een onjuiste opvatting omtrent de betekenis van art. 285a (oud) Sr en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het opzet van verdachte was gericht op de beïnvloeding van de getuige a.b.i. art. 285a (oud) Sr.