HR 11 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1548
Antilliaanse zaak. Afpersing onder verzwarende omstandigheden door ’s nachts m.b.v. vuurwapen 2 Nederlandse toeristen te beroven in Aruba, art. 2:294 en 2:289.e SrA. Ondubbelzinnig, desbewust en vrijwillig afstand gedaan van recht op rechtsbijstand door gedetineerde verdachte, die ttz. in h.b. heeft verklaard geen advocaat nodig te hebben? Art. 6.3.c EVRM kent verdachte het recht toe om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het SvA. Ingevolge art. 48.1 SvA is verdachte bevoegd zich door een of meer gekozen of toegevoegde raadslieden te doen bijstaan. De toevoeging van een raadsman aan verdachte is in een aantal gevallen verplicht, o.m. wanneer verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt of heeft bevonden (art. 62 SvA). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BT6406 m.b.t. vrije keuze van verdachte zich al dan niet door een raadsman te doen bijstaan en de taak van de rechter indien verdachte te kennen geeft van zijn recht op rechtsbijstand afstand te willen doen. In deze zaak is sprake van een ernstig misdrijf, dat bedreigd is met een gevangenisstraf van twaalf jaren. Verdachte bevond zich zowel t.t.v. de behandeling in e.a. als t.t.v. de behandeling in h.b. in voorlopige hechtenis voor dit feit. In e.a. is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren. Blijkens het in h.b. gehouden requisitoir heeft PG bevestiging gevorderd van het in e.a. gewezen vonnis. Gelet op de (juridische) merites van de zaak en hetgeen er voor verdachte op het spel stond, lijdt het geen twijfel dat met rechtsbijstand ttz. een wezenlijk belang was gemoeid. Uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt niet dat het Hof zich ervan heeft vergewist dat de afstand door verdachte van rechtsbijstand ondubbelzinnig, desbewust en vrijwillig is gedaan. Evenmin blijkt uit dat p-v dat het Hof tijdens de behandeling van de zaak bijzondere aandacht heeft geschonken aan de positie van verdachte door hem informatie te verstrekken die hij nodig had voor zijn verdediging. Ten slotte blijkt uit dat p-v niet dat het Hof bij de aanvang van de tz. dan wel op enig ander in aanmerking komend moment, zoals na het requisitoir, verdachte het belang van rechtsbijstand in deze zaak en de consequenties van de door hem ingenomen proceshouding heeft voorgehouden in het licht van hetgeen er voor hem op het spel stond, de juridische aspecten van de zaak daaronder begrepen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl