Hof Amsterdam 29 januari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:229
Mega Buizerd-Pulheim. Beslissingen op verzoeken tot het bieden van faciliteiten voor de verdediging. Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens, onder meer, medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord op een advocaat. Verdachte is gedetineerd en is geplaatst op een afdeling intensief toezicht (AIT). Hij wenst in hoger beroep de verdediging zelf te voeren en heeft op zittingen van het hof telkens gesteld dat hij afstand doet van het recht op rechtsbijstand. Het hof toetst het standpunt van de verdachte aan de maatstaven die zijn ontwikkeld door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Daarnaast formuleert het hof een beoordelingskader om de verzoeken van de verdachte te beoordelen, tegen de achtergrond van de eisen voor een eerlijk proces, zoals verankerd in artikel 6 EVRM. Aandacht wordt besteed aan de rol en taken van de zittingsrechter om de eerlijkheid van het strafproces te waarborgen, aan de bewegingsruimte die hij daarbij heeft en aan de grenzen hiervan. In dat verband worden overwegingen gewijd aan de verhouding tot het penitentiairrechtelijk kader en aan rechtspraak over de toetsingsruimte die de strafrechter heeft ten aanzien van de samenstelling van het dossier en de rechtmatigheid van de opsporing. Daarin wordt ook het specifieke karakter van rechtsgeleerde inbreng betrokken. De verzoeken van de verdachte om faciliteiten zijn gedaan tegen de achtergrond van de beperkingen die voortvloeien uit zijn detentie en het daarop toepasselijke regiem. De overwegingen van het hof monden uit in afwijzing van de verzoeken van de verdachte tot verkrijging van faciliteiten. Het hof bepaalt dat een nadere regiezitting zal worden gehouden nu enkele praktische belemmeringen mogelijk nog kunnen worden weggenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl