HR 6 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:153
OM-cassatie. Vanuit VS verstuurd postpakket met luchtdrukwapen bestemd voor verdachte door douane op Schiphol onderschept. Vrijspraak t.z.v. het doen binnenkomen in Nederland van een wapen van categorie I onder 7, art. 13.1 WWM jo. 2.1 WWM en 3.a RWM. Uitleg “een sprekende gelijkenis”. Het binnen het grondgebied van Nederland doen komen van een luchtdrukgeweer levert geen strafbaar feit op, tenzij het wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen. Gelet op bedoeling wetgever ligt een ruime uitleg van de uitdrukking "een sprekende gelijkenis" in art. 3 RWM niet voor de hand. Een met die bedoeling strokende uitleg van art. 3 RWM houdt in dat onder een lucht-, gas- of veerdrukwapen dat wat betreft vorm en afmetingen "een sprekende gelijkenis" vertoont met een vuurwapen moet worden verstaan: een wapen als voormeld dat wat betreft vorm en afmetingen niet of nauwelijks van een echt vuurwapen te onderscheiden is. Deze uitleg sluit aan bij Richtlijn 2009/48/EG. Hof heeft vastgesteld dat het in de tll. vermelde luchtdrukgeweer wat betreft vorm en afmetingen is te onderscheiden van een echt vuurwapen en heeft geoordeeld dat het daarom geen sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen aan te leggen maatstaf en is, ook i.h.l.v. wat AG ttz. heeft aangevoerd, toereikend gemotiveerd. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1352 en ECLI:NL:HR:2015:712.
De uitspraak op rechtspraak.nl