HR 26 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1015

1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Cassatieberoep tijdig ingesteld, nu handgeschreven brief verdachte in Engelse taal is gedateerd vóór arrest Hof en latere herstelakte bijna jaar na arrest is opgemaakt? 2. Ontbreken stukken betekening oproeping nadere tz. in h.b. Ad 1. HR gaat voorbij aan de akte rechtsmiddel inhoudende dat verdachte aan de griffiemedewerker een schriftelijke volmacht heeft gegeven om beroep in cassatie in te stellen, nu de aan die akte gehechte brief van verdachte d.d. 26 oktober 2016 niet kan worden verstaan als een volmacht tot het instellen van beroep in cassatie tegen ’s Hofs arrest van 11 november 2016. Voorts bevindt zich bij de stukken een “Herstel Akte rechtsmiddel” van 7 november 2017 inhoudende dat de raadsman als bepaaldelijk gevolmachtigde van verdachte verklaart beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld arrest van het Hof. Nu de stukken geen aanwijzingen bevatten dat het beroep o.g.v. art. 432 Sv te laat is ingesteld, kan verdachte worden ontvangen in het beroep. Ad 2. Het p-v van de nadere tz. in h.b. houdt in dat verdachte aldaar niet is verschenen en dat voorzitter heeft medegedeeld dat verdachte overeenkomstig de voorschriften van het WvSv is opgeroepen. Het houdt voorts in dat het onderzoek ttz. heeft plaatsgevonden en dat meteen na de sluiting van het onderzoek uitspraak is gedaan. De in het middel bedoelde stukken inzake de betekening van de oproeping van verdachte voor die tz. bevinden zich niet in het aan de HR gezonden dossier. O.g.v. de in CAG verstrekte informatie moet worden aangenomen dat die stukken niet meer beschikbaar zullen komen. Dat brengt mee dat niet kan worden onderzocht of de oproeping van verdachte voor voormelde tz. tijdig en op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen