HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2925

Profijtontneming. Art. 36e.9 Sr, in mindering brengen aan benadeelde derden in rechte onherroepelijk toegekende vorderingen met wettelijke rente. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1997:ZC9559. Het hof is er kennelijk abusievelijk van uitgegaan dat slechts een derde deel van het aan de b.p. toegekende bedrag in mindering dient te worden gebracht. Het middel klaagt daarover terecht. De HR vermindert de schatting van het voordeel en de opgelegde betalingsverplichting. Voorts had het Hof tevens moeten bepalen dat in mindering komt het bedrag van de wettelijke rente over de aan de b.p. toegekende vordering tot betaling waarvan de betrokkene is veroordeeld. Het middel slaagt ook in zoverre. De hiervoor bedoelde rente kan thans echter niet op een concreet bedrag worden bepaald. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat ingevolge art. 577b.2 Sv de rechter die de in art. 36e Sr bedoelde maatregel heeft opgelegd, op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de betrokkene het door hem vastgestelde ontnemingsbedrag kan kwijtschelden of verminderen (vgl. ECLI:NL:HR:2015:1255), heeft de betrokkene geen belang bij deze klacht en zal de HR met het voorgaande oordeel volstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken