HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2801
Mishandeling levensgezel (meermalen gepleegd). Hof in eindarrest gebonden aan eerder oordeel van Hof in tussenarrest m.b.t. ontvankelijkheid OM? Herhaald beroep op niet-ontvankelijkheid OM in de vervolging gegrond op de omstandigheid dat een verbalisant, die een belangrijk aandeel in het onderzoek tegen verdachte had, tijdens het onderzoek een seksuele relatie was begonnen met aangeefster. Preliminair verweer met dezelfde strekking is bij tussenarrest van het Hof verworpen, waarna verdachte n-o is verklaard in zijn cassatieberoep tegen dat arrest (nr. 14/00518; niet gepubliceerd, geen middelen ingediend). Bij eindarrest heeft het Hof dit verweer verworpen op de grond dat het OM bij onherroepelijk geworden tussenarrest ontvankelijk is verklaard in de vervolging. Uit art. 348 en 358.3 Sv jo. art. 422.1 Sv vloeit voort dat het Hof de ontvankelijkheid van de OvJ in zijn vervolging dient te onderzoeken n.a.v. het onderzoek ttz. dat tot het bestreden eindarrest heeft geleid, en dat het, indien aldaar namens verdachte uitdrukkelijk een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ is voorgedragen, daaromtrent bepaaldelijk een beslissing dient te geven in één en dezelfde uitspraak (het eindarrest) waarin over de punten vermeld bij art. 350 Sv wordt beslist (vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZD0220, NJ 1997/121). Hof heeft het voorgaande miskend. HR merkt nog op dat de omstandigheid dat het Hof het bestreden arrest heeft gewezen in een andere samenstelling dan waarin het bij tussenarrest de zaak heeft verwezen, te dezen niet van belang is. Evenmin is van belang dat verdachte n-o is verklaard in zijn cassatieberoep tegen dit tussenarrest.
De uitspraak op rechtspraak.nl