HR 11 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1323
OM-cassatie en cassatie klagers. Beschikking verschoningsrecht. Klaagschrift van beslagene, verschoningsgerechtigde. Geheimhouderstukken. Art. 98 en art. 218 Sv. Doorzoeking in kantoor van notaris en kandidaat-notaris i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek naar verdenking t.a.v. klagers en 3 andere personen, inbeslagname stukken en gegevensdragers. Middel OM, dat opkomt tegen de motivering van de gegrondverklaring van het klaagschrift, is terecht voorgesteld op gronden als vermeld in de CAG. CAG: In de rechtspraak van de HR zijn de mogelijkheden om in een beklagprocedure ex art. 552a Sv met succes te klagen over de onrechtmatigheid van het gelegde beslag sterk ingeperkt; het enkele feit dat de ‘beslaglegging zelve’ onrechtmatig is, betekent nog niet dat het beklag gegrond is. De vraag of de beslaglegging zelf onrechtmatig is, is versmald tot de vraag of die beslaglegging ‘van onwaarde’ moet worden geacht o.g.v. het feit dat ‘de formaliteiten waaraan de inbeslagneming moet voldoen’, niet in acht zijn genomen. Rb heeft ten onrechte in de vele procedurele onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan een zelfstandige reden gezien om het beklag gegrond te verklaren. De vraag die de Rb had moeten beantwoorden, is of het verschoningsrecht waarop klagers zich beroepen, zich er tegen verzet dat de inbeslaggenomen stukken ter beschikking worden gesteld voor strafrechtelijk onderzoek. HR laat middel klagers buiten bespreking.
De uitspraak op rechtspraak.nl