HR 15 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2592

Gemotiveerde toepassing art. 80a RO. Art. 414.1 Sv. Verzoek raadsvrouw t.t.z. h.b. om nadere bescheiden of stukken van overtuiging over te leggen – als bedoeld in art. 414, eerste lid tweede volzin, Sv – door het hof afgewezen omdat “de inhoud daarvan niet in de Nederlandse taal is opgenomen”. Door aldus te oordelen heeft het hof geen inzicht gegeven in zijn gedachtengang (vgl. de maatstaf in HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7709). Geen vernietiging en verwijzing wegens gebrek aan voldoende belang van de verdachte. Zonder nadere toelichting, welke in de schriftuur niet is gegeven, valt niet in te zien welk rechtens te respecteren belang de verdachte heeft bij het alsnog in het geding voegen van het door de raadsvrouwe t.t.z. h.b. meegebrachte schriftelijk bescheid. Hierbij kan een rol spelen dat onvoldoende duidelijk is welke betekenis die bescheiden kunnen hebben voor het beantwoorden van een van de vragen van art. 348 en 350 Sv. Voorts neemt de HR in aanmerking dat de overlegging van het stuk ertoe strekte de door X. afgelegde verklaring te weerleggen terwijl het hof bij de bewijsvoering noch bij de verwerping van het beroep op overmacht acht heeft geslagen op enige door X. afgelegde verklaring.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken