Hof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1562

Na cassatie en terugwijzing door de Hoge Raad dient het gerechtshof de vraag te beantwoorden tot welk bedrag aan één van de benadeelde partijen immateriële schade vanwege de confrontatie met het misdrijf waarbij zijn moeder is gedood (shockschade ten bedrage van € 25.000,-) dient te worden toegekend en de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd. Gelet op de, nader in het arrest vastgestelde, aard van de aansprakelijkheid, de ernst van de inbreuk op het rechtsgevoel en de ernst en de duur van het psychisch letsel van de benadeelde partij en de gevolgen daarvan voor hem - en mede gelet op hetgeen blijkens de jurisprudentie in vergelijkbare gevallen door Nederlandse rechters wordt toegekend ter zake van shockschade - onder meer ECLI:NL:GHARL:2016:3214, ECLI:NL:GHSHE:2016:1695 en ECLI:NL:RBROT:2013:10725 - stelt het gerechtshof de shockschade naar billijkheid vast op een bedrag van € 20.000,- en wijst de vordering voor het overige af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken