HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:102
N-o verklaring verdachte in zijn h.b. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2009:BJ7810 m.b.t. de eisen waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen dient te voldoen, alsmede ECLI:NL:HR:2012:BV6999 en ECLI:NL:HR:2013:BY8357 m.b.t. de gevallen waarin een verzuim in de volmacht voor gedekt kan worden gehouden. Op overeenkomstige wijze kan indien de schriftelijke volmacht van de advocaat niet door deze zelf maar door een ander, zoals i.c. zijn secretaresse, is ondertekend, zo een verzuim voor gedekt worden gehouden ingeval verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigd raadsman ttz. in h.b. is verschenen en deze aldaar – zonodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd – heeft verklaard dat aan de verlening van de niet door de advocaat zelf ondertekende volmacht de wens van verdachte ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. te doen instellen. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl