HR 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:346
OM-cassatie. Art. 46a Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004:AO5061.Het Hof heeft in zijn motivering van de vrijspraak overwogen dat het o.g.v. de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte X daadwerkelijk heeft willen uitlokken tot moord op Y en haar moeder, op welke grond het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat het niet tot een bewezenverklaring kon komen van het tlgd. pogen te bewegen tot het plegen van moord. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl