Conclusie A-G Pauwels 7 juli 2023, ECLI:NL:PHR:2023:665
Art. 5:1 Awb. Art. 67e AWR. Deelnemersboete. Feitelijk leidinggeven. Medeplegen. Opzet. Grove schuld. Proceskostenvergoeding. Deelnemersboete opgelegd aan aandeelhouder Guernsey Ltd in verband met de heffing van vennootschapsbelasting 2011. De twee zaken zijn inhoudelijk vergelijkbaar. De belanghebbende is (voormalig) aandeelhouder van een Guernsey Ltd. De Inspecteur heeft aan de Guernsey Ltd. een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2011 opgelegd op de grond dat deze vennootschap in dat jaar in Nederland is gevestigd. De Inspecteur legt in verband daarmee aan belanghebbende een deelnemersboete op. De Rechtbank vernietigt de deelnemersboete. Het Hof bevestigt die uitspraak. Het oordeelt dat de Inspecteur ‘opzet’ niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de Inspecteur onvoldoende heeft gesteld voor de kwalificatie ‘grove schuld’. Het Hof heeft in navolging van de Rechtbank in goede justitie een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding toegekend. A-G Pauwels concludeert dat het principale cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond is. Het bewijsoordeel van het Hof over opzet is gebaseerd op een aan het Hof voorbehouden waardering van de aangevoerde bewijsmiddelen, is toereikend gemotiveerd en is niet onbegrijpelijk. Het oordeel van het Hof over grove schuld is gebaseerd op een aan het Hof voorbehouden uitleg van de gedingstukken, is toereikend gemotiveerd en is niet onbegrijpelijk. Het incidentele cassatieberoep is volgens de A-G ook ongegrond. Het middel faalt omdat het uitgaat van de onjuiste opvatting dat het Hof de in het zogenoemde Begaclaim-arrest neergelegde maatstaven had moeten aanleggen bij zijn oordeel over de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526
- Hof Den Haag 2 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:314
- Hof Den Haag 2 maart 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:315
- Hof Den Haag 30 september 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1983
- HR 7 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:202
- Rb. Den Haag 20 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9405
- Rb. Den Haag 20 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9406
- HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:862
- HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2842
- HR 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1660
- Conclusie A-G Bleichrodt 14 april 2015, ECLI:NL:PHR:2015:928
- HR 17 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:346
- HR 8 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0415
- HR 13 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6956
- HR 4 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5061
- HR 22 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2870
- HR 17 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2283