HR 3 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3216

1. Betekeningsperikelen, art. 588 Sv. Betekening appeldagvaarding. Het oordeel van het Hof dat het door de verdachte opgegeven adres door een latere opgave was achterhaald, omdat de raadsvrouwe bij het instellen van het h.b. een ander adres heeft opgegeven, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders. 2. Art. 51 Sv. Toezenden afschrift appeldagvaarding aan raadsman. Nu een ontvangstbevestiging van de in kopie aan de cassatieschriftuur gehechte ‘stelbrief’ niet is overgelegd en ook anderszins aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken, moet het ervoor worden gehouden dat deze brief niet aanwezig was in het dossier van het Hof, terwijl onvoldoende grond bestaat voor het ernstig vermoeden dat die brief ter griffie van het Hof is ontvangen en vervolgens in het ongerede is geraakt. Het middel, dat ervan uitgaat dat de raadsman zich d.m.v. een schriftelijke kennisgeving als raadsman van verdachte in h.b. heeft gesteld, kan dus niet slagen. 3. Redelijke termijn. Terechte klacht dat niet blijkt dat binnen een jaar na de uitspraak van het hof een verstekmededeling is betekend. HR vermindert de opgelegde gevangenisstraf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken