HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3071
Profijtontneming. ’s Hofs oordeel is kennelijk gebaseerd op de opvatting dat o.m. bepaalde contante stortingen en opnames van bankrekeningen, nu zij voorwerpen van het in de samenhangende strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormden. Die opvatting is niet juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl