HR 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1331

Profijtontneming na vrijspraak. Slagende middelen m.b.t. het vaststellen van het w.v.v. De opvatting dat contante stortingen op bankrekeningen bij Duitse en Luxemburgse banken, nu zij voorwerpen van het bewezenverklaarde witwassen vormden, wederrechtelijk voordeel vormden, is niet juist. Indien het hof heeft geoordeeld dat de "vermogenstoename onroerend goed Ibiza" heeft te gelden als voordeel door middel van of uit de baten van het tenlastegelegde witwassen van onroerend goed op Ibiza, heeft het hof ten onrechte het bedrag bij het ontnemingsbedrag betrokken reeds nu de verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde witwassen v.zv. dat ziet op onroerend goed op Ibiza (vgl. EHRM 1 maart 2007, nr. 30810/03 (Geerings t. Nederland), NJ 2007/349). Indien het hof heeft geoordeeld dat de "vermogenstoename onroerend goed Ibiza" is gerelateerd aan het tenlastegelegde witwassen v.zv. dat ziet op het opnemen van een bankrekening en het "buiten het zicht houden" van het bedrag, heeft het hof dat oordeel kennelijk gebaseerd op de opvatting dat het opnemen van dat geldbedrag, nu dit voorwerp van witwassen was, reeds daardoor wederrechtelijk voordeel vormde, waarbij uit die baten de "vermogenstoename onroerend goed Ibiza" is ontstaan. Die opvatting is niet juist (vgl. HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3071). Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 15/01891.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken