HR 8 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3485

Profijtontneming. Het Hof heeft als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het begaan van het in de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak bewezenverklaarde witwassen tot het door de btr wederrechtelijk verkrijgen van vermogen heeft geleid en dat voordeel geschat op bedrag X. De kennelijk aan dat oordeel ten grondslag liggende opvatting dat o.m. de contante stortingen op de bankrekeningen van de btr, nu zij voorwerp van het bewezenverklaarde witwassen waren, reeds daardoor w.v.v. vormden is onjuist (vgl. HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3071). Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat btr daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot bedrag X d.m.v. of uit de baten van het bewezenverklaarde witwassen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken