HR 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2752
Art. 385b.1.1°, Sr. Voor het te duchten gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig a.b.i. art. 385b.1.1°, Sr is vereist dat dat gevaar t.t.v. de daad van geweld naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moest zijn geweest (vgl. ECLI:NL:HR:2009:BG1653 rov. 2.3 t.a.v. art. 157 Sr). Het Hof heeft bewezenverklaard dat de “gezagvoerder en het cabinepersoneel zich niet volledig konden richten op de normale werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord”. Het Hof heeft tevens bewezenverklaard dat dit zijn oorzaak vond in verdachtes gewelddadige gedragingen en in het niet opvolgen door verdachte van de aanwijzingen van het cockpit- en cabinepersoneel waardoor drie leden van het cabinepersoneel zich gedurende lange tijd met verdachte moesten bezighouden en de gezagvoerder de cockpit moest verlaten. Gelet hierop heeft het Hof zonder miskenning van art. 385b.1.1°, Sr, kunnen oordelen dat door het handelen van verdachte gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig a.b.i. de genoemde wetsbepaling te duchten was. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd. In zoverre is het middel dus tevergeefs voorgesteld. Middel voor het overige: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl