HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:197
Mishandeling. Art. 300 sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:2677 m.b.t. het feit dat onder mishandeling i.d.z.v. art. 300 Sr naast het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn – onder omstandigheden – ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam moet worden verstaan. Het afscheren van een aanzienlijk deel van het hoofdhaar van het so. terwijl zij was vastgepakt door verdachte en haar mededader, die de armen van het so. op haar rug vasthield, kan onder omstandigheden als een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan het lichaam worden beschouwd. Dat het so. door de gedraging van verdachte letsel heeft bekomen, zoals is bewezenverklaard, kan echter uit ’s Hofs bewijsvoering niet worden afgeleid terwijl noch naar algemeen taalgebruik noch naar verkeersopvattingen het afscheren van hoofdhaar kan worden aangemerkt als het toebrengen van lichamelijk letsel. In dat opzicht is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl