HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1342
Opsomming bewijsmiddelen. Bekennende verklaring? Art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AX5776. De enkele omstandigheid dat de ttz. in e.a. afgelegde verklaring niet met zoveel woorden alle onderdelen van de bewezenverklaring bestrijkt, behoeft niet te betekenen dat verdachte het bewezenverklaarde niet heeft bekend. Bij de beantwoording van de vraag of van een bekennende verklaring sprake is, kan in het bijzonder van belang zijn of die verklaring tevens elementen bevat die de tll. op een of meer onderdelen bestrijden, alsmede welke procesopstelling verdachte heeft gekozen, waarbij i.v.m. het voortbouwend appel m.n. betekenis toekomt aan zijn procesopstelling in h.b. ’s Hofs oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend i.d.z.v. art. 359.3 Sv is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen de inhoud van het p-v van de tz. in e.a. en de omstandigheid dat blijkens de inhoud van het p-v van de tz. in h.b. de verdediging de door de Politierechter gehanteerde bewezenverklaring en bewijsvoering niet heeft bestreden en verdachte heeft verklaard in beroep te zijn gekomen omdat hij de straf te hoog acht, terwijl het Hof de ttz. in h.b. afgelegde verklaring van verdachte kennelijk en niet onbegrijpelijk als niet afwijkend van de in e.a. afgelegde verklaring van verdachte heeft aangemerkt. Conclusie AG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl