HR 4 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:231
Ontvankelijkheid h.b., artt. 449-451 Sv. H.b. wordt ingesteld door een verklaring af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt of door een door hem daartoe gevolmachtigde, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, van welke verklaring ex art. 451 Sv door de griffier een akte wordt opgemaakt. Mede gelet daarop heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat de mogelijkheid om door het afleggen van zo een verklaring een rechtsmiddel aan te wenden is gebonden aan de uren waarop de griffie ingevolge het daarop betrekking hebbende reglement geopend is of geopend behoort te zijn. Dat brengt mee dat een per fax verzonden schriftelijke volmacht a.b.i. art. 450 Sv aan een griffiemedewerker tot het voor verdachte aanwenden van een rechtsmiddel slechts dan kan worden aangemerkt als binnen de beroepstermijn ingediend, indien deze volmacht ter griffie is begonnen binnen te komen vóór sluiting van de griffie op de laatste dag van deze termijn. De HR benadrukt de noodzaak tot trekken van zo een scherpe en vaste grens en herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587. In aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de griffie van de Rb om 17.00 uur sloot, kan de klacht dat het Hof niet 17.06 uur maar 17.00 uur als tijdstip van ontvangst van de volmacht had moeten aanmerken, niet tot cassatie leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl