HR 5 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:308
Mishandeling hoofdconducteur NS tijdens kaartcontrole in trein, art. 300.1 jo. 304.2 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Op laatste dag beroepstermijn (2-12-2016) heeft in Maastricht woonachtige verdachte (volgens eigen verklaring ttz. in h.b.) tevergeefs geprobeerd bij Rb Maastricht h.b. in te stellen tegen vonnis PR Rb Midden-Nederland d.d. 18-11-2016, vervolgens heeft hij om 19:46 uur e-mail verzonden naar Rb Midden-Nederland en heeft hij nadien ondertekende schriftelijke verklaring verzonden (op 4-1-2017 bij griffier Rb Midden-Nederland ingekomen), waarna appelakte op 4-1-2017 is opgemaakt. H.b. ex art. 408.1.b Sv tijdig ingesteld? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:231 inhoudende dat per e-mailbericht verzonden schriftelijke volmacht a.b.i. art. 450 Sv aan griffiemedewerker tot aanwenden rechtsmiddel slechts dan kan worden aangemerkt als binnen beroepstermijn ingediend, indien deze volmacht ter griffie is binnengekomen vóór sluiting griffie op laatste dag van deze termijn. HR ziet geen aanleiding op deze rechtspraak terug te komen. Hof heeft vastgesteld dat verdachte h.b. pas na sluitingstijd van griffie op laatste dag van beroepstermijn en derhalve na verstrijken van deze termijn heeft ingesteld. O.b.v. deze vaststellingen heeft Hof geoordeeld dat verdachte n-o is in zijn h.b. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat e-mailbericht van verdachte, inhoudende verklaring h.b. in te stellen, op 2-12-2016 om 19:46 uur is verzonden aan Rb Midden-Nederland, terwijl art. 2 Bestuursreglement Rb Midden-Nederland inhoudt dat griffies van gerecht van maandag t/m vrijdag van 8:30 uur tot 17:00 uur zijn geopend. Daaraan kan niet afdoen enkele omstandigheid dat - naar verdachte op tz. in h.b. heeft verklaard - verdachte op diezelfde dag bij Rb in Maastricht zou zijn geweest en aldaar heeft geprobeerd h.b. in te stellen, terwijl beslissing is gegeven door Pr Rb Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht. Het aanwenden van rechtsmiddel van h.b. dient ex art. 449.1 Sv immers te geschieden door verklaring af te leggen op griffie van gerecht door of bij hetwelk beslissing is gegeven. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl