HR 12 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:16

N-o in h.b. Verzuim raadsman. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587 en ECLI:NL:HR:2014:231 m.b.t. verontschuldigbare termijnoverschrijding. ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat door de raadsman van verdachte abusievelijk geen h.b. is ingesteld, terwijl door de raadsman het vertrouwen was gewekt dat h.b. tegen het vonnis was ingesteld, niet kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid a.b.i. ECLI:NL:HR:2004:AN8587, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat art. 449 Sv aan verdachte de bevoegdheid verschaft zelf h.b. of cassatie in te stellen, terwijl art. 450 Sv aan hem daarnaast de keuze laat het rechtsmiddel in te stellen door tussenkomst van een gemachtigd raadsman of vertegenwoordiger en dat verdachte zijn wens om h.b. in te stellen slechts aan zijn raadsman - en niet aan de griffie van de Rb - kenbaar heeft gemaakt. Dat de raadsman heeft nagelaten tijdig h.b. in te stellen, komt onder deze omstandigheden voor risico van verdachte. De rechtspraak van het EHRM dwingt i.c. niet tot een ander oordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken