HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4491
Overval op juwelier. Causaal verband tussen het door de verdachte en/of zijn mededader(s) verrichte gedragingen en het overlijden van de juwelier. HR herhaalt HR LJN BT6362 m.b.t het redelijkerwijs toerekenen. Het oordeel van het Hof getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel van het Hof dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs aan de bewezenverklaarde gedraging van de verdachte kan worden toegerekend, is ook toereikend gemotiveerd. In de overwegingen van het Hof ligt immers niet alleen besloten dat die gedraging een onmisbare schakel kan hebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, maar ook dat het gevolg met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door die gedraging is veroorzaakt. Die vaststellingen zijn ook niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gedraging van verdachte naar haar aard geschikt is om dat gevolg teweeg te brengen en bovendien naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden wettigt dat zij heeft geleid tot het intreden van het gevolg, terwijl het “lichte hartinfarct” - voor zover het optreden hiervan al niet het gevolg zou zijn van de bewezenverklaarde gedraging - als niet meer dan een “niet uit te sluiten” oorzaak is beoordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl