HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW3684
Strafoplegging. Afroomboete. Het Hof heeft bij het opleggen van de geldboete van € 200.000,- overwogen dat deze boete mede dient ter afroming van het door verdachte behaalde voordeel. Het Hof heeft daarmee tot uitdrukking gebracht dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten mede wordt bepaald door de omvang van het uit die feiten verkregen voordeel en dat de hoogte van de geldboete daarop is afgestemd. Aldus verstaan geeft ’s Hofs oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Gelet op hetgeen door de verdediging is aangevoerd o.m. omtrent het executoriale beslag dat de fiscus i.v.m. de naheffingsaanslagen m.b.t. de ten onrecht aan verdachte betaalde bedragen heeft gelegd op het enige vermogensbestanddeel van de verdachte, is het oordeel echter niet zonder meer begrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl