HR 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:594

Witwassen door geldbedragen (in totaal € 16.520,-) voorhanden te hebben en om te zetten, art. 420bis.1.b Sr. Strafoplegging, afroomboete. Opgelegde geldboete van € 16.500,-, waarvan hoogte is bepaald door omvang w.v.v. van verdachte, toereikend gemotiveerd? Hof heeft overwogen dat "verdachte heeft gehandeld uit financiële motieven" en dat - gelet op omstandigheid dat "niet is aangekondigd dat tegen verdachte een ontnemingsvordering aanhangig wordt gemaakt" - het afzien van het opleggen van zo'n geldboete "onvoldoende afschrikwekkend [is] om recidive te voorkomen". Daarin besloten liggend oordeel dat hoogte van op te leggen boete mede kan worden bepaald door omvang van uit die feiten verkregen voordeel, zodat die boete mede dient tot 'afroming' van door deze feiten verkregen voordeel, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BW3684). Voorts ligt in ‘s Hofs beslissing besloten dat door verdachte uit bewezenverklaard witwassen verkregen voordeel € 16.500,- bedraagt. Hof heeft dat oordeel kennelijk gebaseerd op opvatting dat in bewezenverklaring bedoeld geldbedrag van in totaal € 16.520,- reeds daadwerkelijk w.v.v. vormt doordat het voorwerp is van dat bewezenverklaarde witwassen. Die opvatting is niet juist (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BY5217). Niet begrijpelijk is dat verdachte uit bewezenverklaard witwassen daadwerkelijk tot bedrag van € 16.500,- wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken