HR 27 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8693

Procesrecht. Een verzoek een met schending van het beginsel van hoor en wederhoor gegeven beslissing te herstellen door die terug te nemen of te herzien valt niet binnen het bereik van art. 31 Rv. Als zonder behoorlijke oproeping van de curator, op de voet van art. 27 F. wordt beslist tot verval van instantie, welke beslissing de positie van curator en boedel rechtstreeks raakt, levert dit een (niet in een verzetprocedure herstelbaar) processueel verzuim op dat rechtstreeks de toegang tot de rechter raakt. Onder deze omstandigheden leidt onverkorte toepassing van de regeling inzake de termijn voor hoger beroep tegen de verlening van ontslag van instantie tot een resultaat dat niet voldoet aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM. Ingevolge art. 6 EVRM dient de termijn voor hoger beroep tegen de desbetreffende rolbeslissing in een geval als het onderhavige, indien die termijn is verstreken op het moment waarop de curator van die beslissing kennis neemt, met veertien dagen te worden verlengd. Nu eerst met dit arrest duidelijk wordt welke weg gevolgd had moeten worden, neemt deze termijn van veertien dagen (in dit geval) pas een dag na de datum van deze uitspraak een aanvang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen