HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1142

Poging doodslag. Voorwaardelijk opzet. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer met een mes in de buik heeft gestoken, 5 cm onder de ribbenboog. Dat het Hof daaruit kennelijk heeft afgeleid dat de verdachte daarbij op zijn minst voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, nu in het algemeen geldt dat de kans dat het slachtoffer door deze gedraging van de verdachte zou kunnen overlijden naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten en die kans blijkens die gedraging door de verdachte willens en wetens is aanvaard, terwijl van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden niet is gebleken. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen