HR 31 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6332
1. Beslissing op een verzoek tot wraking. 2. Verzoek abi art. 414.1 Sv. Ad 1. Het middel ziet op de niet-ontvankelijkverklaring in het wrakingsverzoek door het hof. Hiertegen staat ingevolge art. 515.5 Sv geen rechtsmiddel open, terwijl in het kader van een cassatieberoep tegen een einduitspraak niet met vrucht kan worden opgekomen tegen een zodanige beslissing nu de einduitspraak niet mede daarop berust. Ad 2. Een verzoek om ter terechtzitting de door de verdachte opgenomen gesprekken te beluisteren moet worden gelijkgesteld aan een verzoek om nieuwe stukken van overtuiging te overleggen abi art. 414.1 Sv. De uitoefening van de bevoegdheid van de AG bij het hof en de verdachte om bij de behandeling van een zaak in hoger beroep nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging te overleggen is onderworpen aan de eisen die voortvloeien uit de beginselen van een behoorlijke procesorde. Een algemene regel daarvoor is niet te geven; van geval tot geval moet worden beoordeeld of aan die eisen is voldaan waarbij mede betekenis toekomt aan de (belastende/ontlastende) aard van de over te leggen bescheiden of stukken en (bij belastende bescheiden of stukken) aan de (al dan niet complexe) aard van de te berechten zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt (vgl. HR LJN ZD1451). Het middel klaagt terecht dat het hof heeft verzuimd om zijn afwijzende beslissing op het ingevolge art. 414.1 Sv gedane verzoek te motiveren aan de hand van de toepasselijke maatstaf.
De uitspraak op rechtspraak.nl