Hof Arnhem-Leeuwarden 18 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4413

Vrijspraak art. 255 Sr en art. 300 Sr. Het hof spreekt de Twentse ex-neuroloog Ernst J. vrij van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen/laten en van mishandeling, althans opzettelijke benadeling van de gezondheid. Het hof is van oordeel dat verdachte weliswaar onmiskenbaar op verschillende punten te kort geschoten is in zijn medisch handelen. Dat levert naar het oordeel van het hof ook verwijtbaar gedrag op, maar anders dan de rechtbank en het openbaar ministerie acht het hof onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om te kunnen komen tot vaststelling van (voorwaardelijk) opzet. Art. 423 lid 4 Sv. Het hof bepaalt de straf voor de door de rechtbank bewezenverklaarde, en inmiddels onherroepelijke, feiten, waartegen het hoger beroep zich niet richtte, op een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij is het hof overeenkomstig genoemd wetsartikel uitgegaan van de strafmotivering van de rechtbank en het gegeven dat de rechtbank verdachte volledig toerekeningsvatbaar heeft geacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken