HR 16 september 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3654
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft terecht het verzoek afgewezen met toepassing van het kennelijk aan art. 418.3 Sv ontleende noodzakelijkheidscriterium. HR herhaalt relevante overwegingen van HR LJN AZ1702 t.a.v. opgeven van getuigen bij appelschriftuur indien is volstaan met een verkort vonnis. Daarmee wordt gelijkgesteld het geval waarin is volstaan met een stempelvonnis. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd houdt niet in dat en waarom hij niet binnen de voor de indiening van een appelschriftuur gestelde termijn – bij de Rb – kennis heeft kunnen nemen van het in 1e aanleg gewezen, in het p-v ttz aangetekende vonnis. Voorts is de kennelijke stelling van de raadsman dat het voor hem zonder kennisneming van het in appel te verstrekken procesdossier niet mogelijk was de desbetreffende getuigen op te roepen, niet nader onderbouwd. Daarom is ’s Hofs oordeel dat zich geen omstandigheid voordoet a.b.i. in HR LJN AZ1702 (rov 3.4.2) onjuist, noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl