HR 2 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7898

Meldingsplicht Wet MOT. Bewezen is verklaard dat verdachte voor derden eurobiljetten in kleinere coupures heeft omgewisseld voor eurobiljetten in grotere coupures zonder te voldoen aan de meldingsplicht van de Wet MOT. Het middel en het verweer nemen tot uitgangspunt dat waar in de tll sprake is van “wisselen van (…)” wordt gedoeld op de feitelijke handelingen van verdachte die zijn verricht in het wisselkantoor GWK alwaar verdachte de van derden ontvangen valuta omwisselde. T.t.v. die handelingen zou de meldingsplicht o.g.v. de Wet MOT voor verdachte niet meer gelden (maar voor het wisselkantoor waar zij het geld ter wisseling aanbood). Middel en verweer berusten op een onjuiste lezing van de tll. De bedoelde passage in de tll ziet onmiskenbaar op het (bedrijfsmatig) “wisselen” a.b.i. art. 1.1.8° (oud) Wet MOT i.h.k.v. verdachtes handelen als geldtransactiekantoor. Dat is een financiële dienst i.d.z.v. art. 1.1 (oud) Wet MOT ten aanzien waarvan voor verdachte een meldingsplicht gold. Het Hof heeft dat in de motivering van de verwerping van het verweer ook tot uitdrukking gebracht en het verweer terecht verworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen