HR 19 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2104

Savanna. 1. Opzet. 2. “Second opinion”. Ad 1. ‘s Hofs oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat Savanna t.g.v. haar handelen zou komen te overlijden, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, ook niet in het licht van de verklaring van verdachte dat zij de dood van Savanna niet heeft gewild en dat zij heeft getracht Savanna te reanimeren. Ad 2. De eis van een eerlijke procesvoering kan meebrengen dat aan een verzoek om een deskundige te benoemen voor het geven van een second opinion gevolg behoort te worden gegeven. Of zich zo een geval voordoet is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde onderzoek in het licht van de resultaten van reeds verrichte onderzoeken, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is, en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan (vgl. HR LJN AR7228). ’s Hofs oordeel komt erop neer dat hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de noodzaak van het doen verrichten van een onderzoek als verzocht. Gelet op de vaststelling door het Hof dat bij de verdachte een zeer ernstige persoonlijkheidsstoornis is geconstateerd welke stoornis reeds in 1999 en 2001 door deskundigen was vastgesteld, geeft dit oordeel niet blijk van miskenning van de te dezen aan leggen maatstaf, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. De HR neemt hierbij in aanmerking dat het Hof in zijn “motivering straf en maatregel” heeft vastgesteld dat volgens de deskundigen van het PBC, gelet op de ernst van deze stoornis, de kans op herhaling van feiten als onder 1 en 3 tenlastegelegd zeer groot moet worden geacht, en dat volgens hen iedere andere vorm van behandeling dan TBS met bevel tot verpleging volstrekt onvoldoende zou tegemoetkomen aan de ernst van verdachtes problematiek en de duur die een adequate behandeling zal vereisen met het oog op het verminderen van het recidivegevaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen