HR 9 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2184

OM-cassatie. Hetgeen door de AG ter terechtzitting in appel is aangevoerd m.b.t. het bewijs van de feiten 2 en 3 kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het hof naar voren is gebracht. Het hof is in zijn arrest van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door verdachte t.z.v. deze beide feiten vrij te spreken, maar heeft – i.s.m. art. 359.2 Sv – niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ex art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen