HR 5 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4149

Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek inlichtingen- en veiligheidsdienst; art. 359a Sv niet van toepassing, vergaard materiaal toch soms onbruikbaar; onderzoek strafrechter bij beroep verdediging op onbetrouwbaarheid materiaal. 3. Redelijke termijn in cassatie is gelet op de ingewikkeldheid van de zaak, die samenhangt met twee andere ook gecompliceerde zaken niet overschreden, hoewel tussen instellen cassatie en uitspraak HR meer dan 26 maanden zijn verstreken. 4. Geen schending onschuldpresumptie ex art. 6.2 EVRM door publieke uitlatingen van ministers van BZ en Justitie. Zulke uitlatingen m.b.t. een lopende strafzaak kunnen niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging. 5. Afwijzing verzoeken tot toevoeging aan het dossier van (i) de bijzondere lasten ex art. 139c.2.3° (oud) Sr, (ii) andere afgeluisterde telefoongesprekken en (iii) tot verstrekken NAW-gegevens van een aantal 06-nummers. Geen processtukken; HR haalt NJ 1996, 687 aan. 6. BVD-materiaal als startinformatie i.c. toelaatbaar. 7. BVD-taps als bewijsmateriaal i.c. toelaatbaar. Wettelijke regeling onder WIV 1987 bood in algemene zin onvoldoende grondslag voor taakuitoefening BVD. Voor taps i.c. was wel een toereikende wettelijke basis. Schending art. 8 EVRM brengt niet steeds mee dat geen sprake is van een fair trial ex art. 6 EVRM. Onderzoek betrouwbaarheid materiaal i.c. voldoende. 8. I.c. niet aannemelijk dat het OM de grenzen die aan de opsporing door de politie zijn gesteld, heeft willen omzeilen. 9. Tapverslag van een telefoongesprek waaraan een anoniem gebleven persoon deelneemt is geen schriftelijk bescheid ex art. 344a.3 Sv. Vervolg inhoudsindicatie: zie uitspraak

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen