HR 7 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8912

1. Afwijzing verzoek om verklaringen verdachte te laten beoordelen door prof. Wagenaar. Het hof heeft de juiste maatstaf gehanteerd (noodzaak) en heeft, anders dan in het middel betoogd, niet miskend “dat het noodzaakcriterium niet slechts betrekking heeft op de vragen van de artt. 348 en 350 Sv, maar ook ziet op de garanties van art. 6 EVRM, in het bijzonder het bepaalde in art. 6.3.b en d EVRM”. De opvatting dat indien door of namens verdachte wordt aangevoerd dat sprake is van een valse bekentenis en wordt verzocht om een onderzoek door een psychologisch deskundige, zulks niet kan worden geweigerd, vindt geen steun in het recht. 2. ’s Hofs overweging omtrent de leugenachtigheid van de verklaring van verdachte is kennelijk een overweging ten overvloede, zodat het middel zich daartegen tevergeefs keert.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen