HR 22 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2250
Het ter terechtzitting in appèl gedane verzoek tot aanvulling van het dossier met “de piekprofielen behorende bij het DNA-onderzoek door het NFI” is een verzoek ex art. 328 jo. 331 jo. 315.1 Sv. Maatstaf voor beoordeling van zo’n verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. Het hof heeft bij de afwijzing de juiste maatstaf aangelegd. Het eerst ter terechtzitting in appèl gedane verzoek strekte ertoe om de in het deskundigenbericht vervatte conclusie van de deskundige te (doen) verifiëren. Tegen die achtergrond en in aanmerking genomen dat verdachte geen gebruik heeft gemaakt van de hem daartoe beschikking staande middelen, t.w. het doen uitvoeren van contra-expertise of toepassing van art. 232 Sv, dan wel het doen horen van de deskundige ter terechtzitting, geeft ’s hofs niet onbegrijpelijke oordeel geen blijk van miskenning van art. 6 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl