Hof 's-Hertogenbosch 3 mei 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO8929

Gelet op al het vorenstaande stelt het hof vast dat nabij de plaats van het delict en onmiddellijk na het delict, twee van verdachte afkomstige sporen zijn aangetroffen waarvan in ieder geval een spoor (het speeksel) zeer vers was, dat de verdachte ondanks deze sporen blijft volhouden dat hij nooit ter plaatse is geweest en dat hij kennelijk om de waarheid te bemantelen heeft gelogen over de aankoop van een auto enkele uren na de overval waarbij hij een groot bedrag contant heeft betaald in onder meer biljetten van 1.000 gulden zoals buitgemaakt bij de overval. Uit verdachtes aanwezigheid ten tijde van het delict op/bij de plaats van het delict, uit het feit dat hij kennelijk heeft meegedeeld in de buit, alsmede uit verdachtes kennelijke leugenachtigheid leidt het hof af dat het ten laste gelegde feit, diefstal in vereniging met (bedreiging met) geweld, bewezen kan worden geacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen