HR 6 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD0898
Flessentrekkerij door drank en meubels te kopen zonder deze te betalen, art. 326a Sr. Moest hof in zijn kwalificatie een keuze maken tussen ‘’beroep’’ en ‘’gewoonte’’, nu keuze voor strafrechtelijke betekenis van bewezenverklaarde van belang is? Hof heeft tlgd. kennelijk aldus verstaan, dat daarin omschreven handelingen zijn verricht in periode van 31-12-1992 tot en met 22-1-1993. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat, indien dit kopen herhaaldelijk is geschied binnen periode van ruim 3 weken, tussen die handelingen zodanig verband bestaat dat sprake is van een door pluraliteit van handelen gevormde ‘’gewoonte’’ van kopen van goederen op wijze als in tll. en bewezenverklaring omschreven. Door aldus te oordelen heeft hof geen blijk gegeven van miskenning van woord ‘’gewoonte’’. Hof heeft hetgeen is tlgd. en bewezenverklaard klaarblijkelijk aldus verstaan en ook kunnen verstaan dat dit een pluraliteit van handelingen inhoudt die als gewoonte in de zin van art. 326a Sr is te kwalificeren. Hof mocht keuze tussen alternatieven ‘’beroep’’ en ‘’gewoonte’’ achterwege laten, omdat dergelijke keuze voor rechtskundige betekenis van hetgeen bewezen is verklaard i.c. van geen belang is en gebezigde bewijsmiddelen tevens oordeel toelaten dat verdachte van kopen van goederen een beroep heeft gemaakt. Hieruit volgt dat hof bij zijn beoordeling van vraag of bewezenverklaarde strafbaar is ex art. 326a Sr, bewezenverklaarde terecht heeft gekwalificeerd als flessentrekkerij. Hof heeft uit omstandigheden, die blijken uit b.m., kunnen afleiden dat verdachte van handelen op de wijze als in bewezenverklaring omschreven ‘’beroep of gewoonte’’ heeft gemaakt. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl