Hof 's-Hertogenbosch 16 juni 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1634
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank waarbij de officier van justitie niet-ontvankelijk is verklaard in de strafvervolging wegens verjaring van de ten laste gelegde feiten, te weten: feit 1: het tezamen en in vereniging met een of meer anderen plegen van verduistering in dienstbetrekking in de periode van 22 mei 2008 tot en met 30 oktober 2009; feit 2: (het feitelijk leidinggeven aan) het in vereniging plegen van (gewoonte)witwassen in de periode van 22 mei 2008 tot en met 30 oktober 2009; feit 3: (het feitelijk leidinggeven aan) het in vereniging plegen van faillissementsfraude in de periode van 4 augustus 2009 tot en met 21 oktober 2009, en verklaart de officier alsnog ontvankelijk in de strafvervolging, met terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl