Hof 's-Hertogenbosch 23 april 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1171
WOZ woning. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar artikel 40, lid 2, Wet WOZ heeft geschonden door niet te voldoen aan het verzoek van belanghebbende in de bezwaarfase om de prijsindex te overleggen. In zoverre wordt het hoger beroep gegrond verklaard. Verder heeft de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en heeft hij een toelaatbare methode gebruikt. Dat de rechtbank en het hof meer waarde toekennen aan het taxatierapport van de heffingsambtenaar dan aan het taxatierapport van belanghebbende levert geen schending van het verbod op discriminatie op. Het hof wijst het verzoek van de heffingsambtenaar om belanghebbende een waarschuwing te geven af.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:106
- HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1052
- Hof 's-Hertogenbosch 21 juni 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:2039
- Hof 's-Hertogenbosch 28 september 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3282
- Hof Den Haag 19 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:886
- Rb. Oost-Brabant 27 oktober 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5180
- Hof 's-Hertogenbosch 14 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5577
- HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU8592
- HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4300
- HR 29 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8610